Wij helpen je graag verder! +31 0263895340

Het kritische belang van het ervaren van verbinding

21 januari 2026, gepubliceerd door dirk boersma

Een relatieland
In 1999 nam ik afscheid van mijn werk als HR-baas van Telkomsel, een Indonesische mobiele telecomoperator. Ik was als KPN-medewerker intensief betrokken geweest bij de start van deze operator in 1995. Ik scheef daar al eerder over. Toen ik vertrok, vroeg de Nederlandse KPN-directeur Internationaal mijn mening over de samenwerking tussen KPN en haar Indonesische partners. Mijn reactie was dat KPN zich beter terug kon trekken, omdat mijn Nederlandse collega’s niet begrepen dat Indonesië een relatieland was. Ze gingen de Indonesische partners voortdurend met contracten en juristen te lijf en de Indonesiërs raakten daardoor geïrriteerd en vertikten zich erin te verdiepen. De pogingen van Indonesische zijde om relaties op te bouwen met de Nederlanders mislukten keer op keer en KPN had daardoor voortdurend het nakijken.

Kretek sigaretten
Voor mij was de situatie anders. Ik had mij snel aangepast aan de gewoonte om na het werk te blijven hangen, kretek sigaretten te roken, koffie te drinken en alvast wat te eten van de eetstalletjes rondom ons kantoor. Het waren ontmoetingen waarbij mensen uit het hele bedrijf bij elkaar kwamen, meestal met ongeveer tien personen op de kamer van een van de directieleden. Er was nooit een Nederlander, Engelsman of Amerikaan bij. Naast mij waren er nog een of twee Nederlanders die ook wel eens hun gezicht lieten zien. Een gevolg was dat ik altijd uitstekend op de hoogte was van wat er gebeurde in het bedrijf. Mijn collega-KPN’ers wisten niks.

Een ander gevolg was dat ik een jaar geleden gevraagd werd deel te nemen aan een webinar georganiseerd door een universiteit in Indonesië. Ik mocht daar spreken over psychological safety.

Professor Uichol Kim
Een andere spreker was professor Uichol Kim, verbonden aan de Business School van Inha University in Korea. Het was inspirerend met hem kennis te maken en te horen over het onderzoek dat hij doet in Korea en Indonesië. Recent stuurde hij mij een artikel, gepubliceerd in Sage Psychology and Developing Societies , 11–71, 2025, © 2025 Department of Psychology. In dat artikel maakt professor Kim duidelijk wat het verschil is tussen westerse psychologie en Oost-Aziatische psychologie. Religious, Cultural and Self-Efficacy Beliefs Influencing Subjective Wellbeing in Korea and Indonesia worden besproken in het artikel.

Psychologische, sociale en culturele analyse
Het is een psychologische, sociale en culturele analyse. Hij schreef het artikel samen met een aantal anderen in Korea en Indonesië. Zij richten zich op de religieuze, filosofische, culturele en wetenschappelijke geloofssystemen en hoe deze de menselijke natuur, relaties, gemeenschap en samenleving definiëren.

Kim betoogt dat de manier waarop in de westerse wereld de psychologie vorm kreeg gebaseerd is op de manier waarop wij in het Westen naar mensen kijken. Dat uitgangspunt staat niet ter discussie. In het westerse model wordt niet gekeken naar ‘interne bemiddeling’, niet naar het rationele, het spirituele, de fantasie, de verbeelding en spirituele en culturele overtuigingen.

Het westers paradigma
We kijken naar onze samenleving op basis van onze overtuigingen en aannames, paradigma’s. Deze worden niet ter discussie gesteld. Nieuwe waarnemingen worden in het bestaande paradigma gepast. We worden gehinderd door dat paradigma. We kijken vanuit het paradigma van de natuurwetenschappen naar de psychologie.

Wundt, de grondlegger van de psychologie, benadrukte het belang van de experimentele methode. Hij wilde bewustzijn en introspectie bestuderen. Maar bij zijn verhuizing naar de VS werden deze subjectieve categorieën geschrapt.

God is niet meetbaar
De psychologie ontkent de invloed van religie en cultuur omdat ze subjectief zijn. Wetenschappers onderzoeken wat meetbaar is. God is dat niet. De westerse psychologie heeft drie fundamentele aannames: de biologische basis van de menselijke natuur, het mechanistische proces van het ontwikkelen van aangeboren kwaliteiten en het geloof in de rationele objectiviteit van wetenschap.

In de oorspronkelijke IQ-tests scoorden meisjes 2 tot 4 procent hoger dan jongens. Die tests zijn vervolgens zo gemanipuleerd dat jongens hoger scoorden dan meisjes (Kamin 1974). Daarmee paste alles weer in het paradigma dat jongens intelligenter waren dan meisjes. Bandura schrijft dat het ironisch is dat een wetenschap die gericht is op menselijk functioneren mensen ontdoet van hun kwaliteiten. Kwaliteiten die hen juist uniek maken in hun vermogen hun eigen omgeving en hun eigen lot te bepalen. Intelligentie- en persoonlijkheidstests blijven populair.

Hoe ontstaat betekenis? Hoe krijgen betekenisloze stimuli betekenis? Alle zintuiglijke informatie gaat door het limbische systeem. Socrates zei tegen zijn studenten: ‘Ken jezelf.’ De Bijbel zegt: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’ Mensen hebben dus het vermogen zichzelf te kennen. De mens is de kennende van het gekende zelf. Ze zijn tegelijkertijd object en subject.

James (1890) maakte onderscheid tussen ‘me’, het fysieke, empirische, te kennen object, en ‘I’. ‘I’ is het subjectieve; het is de software van de geest. ‘I’ evalueert het objectieve ‘me’, ofwel de hardware van het lichaam. ‘I’ heeft te maken met de betekenis van het leven, is waarderend, doelgericht en schept een gevoel van identiteit. ‘Me’ verandert in de loop van je leven. ‘I’ zorgt voor iemands identiteit en de coherentie daarvan. Een identiteitscrisis kan ontstaan in perioden van overgang van kindertijd naar volwassenheid, bij migratie naar een andere cultuur of door traumatische ervaringen. In ernstige gevallen kan dat leiden tot mentale problemen, persoonlijkheidsstoornissen of schizofrenie, schrijft Kim.

Het individu als basisconstruct
In de traditionele psychologie zijn individuen de basisconstructen om mee te analyseren. Rationalisme is bedoeld om het zelf te definiëren en te kijken naar communicatie en de verhouding met anderen. Sociale relaties zijn afgeleid van het autonome en geabstraheerde individu. Alles draait om het individu. Ieder individu wordt gesocialiseerd om het kerngeloof en het waardensysteem als uiterst natuurlijk en universeel te accepteren. Vanuit deze vooronderstellingen kijken onderzoekers ook naar andere culturen.

Zo constateren Markus en Kitayama(1991) dat mensen uit Oost-Azië beschikken over een interafhankelijk zelfbeeld en een gebrek aan een duidelijk onderscheiden zelfbeeld. Dat leidt gemakkelijk tot een absurde en etnocentrische conclusie, afgeleid van de verkeerde aanname. Betekent dit dat Japanse, Koreaanse en Chinese mensen verward zijn over hun identiteit? Dat ze niet weten wie ze zijn? Voor dergelijke conclusies zijn geen wetenschappelijke bewijzen te vinden.

Attachment
De attachmenttheorie beschrijft hoe verzorgers zorgen voor de ontwikkeling van relaties. In die theorie worden veilige, angstige, vermijdende en ongeorganiseerde verbindingen onderscheiden. Deze factoren beïnvloeden hoe we ons verbinden, vertrouwen hebben en omgaan met onze emoties bij het opgroeien. De nadruk ligt daarbij op onze behoefte aan nabijheid en veiligheid.

Attachment anders
Uichol Kim schrijft dat het experiment met de rhesus aapjes, dat het fundament vormt voor de attachmenttheorie, niet klopt. Menselijke baby’s klampen zich niet zoals rhesusaapjes aan de moeder vast. Westerse mensen negeren het belang van familie en relaties. Bandura benadrukt dat ons vermogen om te begrijpen, uit te leggen, te bewaren, te delen en nieuwe generaties te onderwijzen de loop van onze geschiedenis heeft bepaald. Het is ons vermogen om vooruit te denken, gedrag te reguleren en support te ontvangen om ons doel te bereiken dat ons onderscheidt van dieren. Het zijn vaardigheden die zich ontwikkelen in het contact met ouders. Mensen zijn lang afhankelijk van de zorg van ouders en ontwikkelen in die afhankelijkheid taal en communicatie door de interactie met de moeder. Daarmee ontwikkelt zich een sterke emotionele moeder-kindrelatie. Het is deze kant van moeder- en kindontwikkeling die veelal over het hoofd wordt gezien. Ze wordt verdrongen door de traditionele attachmenttheorie, afgeleid van de experimenten met de rhesusaapjes.

Behoefte aan social contact
Hersenonderzoeker en hoogleraar Mathew Lieberman komt tot dezelfde conclusie in zijn boek Social (2013). Hij benadrukt dat de primaire basisbehoefte van mensen de behoefte aan sociaal contact is. Lieberman schrijft in dat verband dat de populaire piramide van Maslow niet klopt. Niet de behoefte aan voeding, maar de behoefte aan sociaal contact is de meest fundamentele behoefte van de mens. Lieberman gebruikt dezelfde argumentatie als Kim.

Epiphanieen
Subjectieve kanten van wetenschap kunnen niet van objectieve worden gescheiden. De harde feiten van wetenschap rusten echter op de boterzachte criteria van menselijke aannames en vooroordelen. Popper bevestigt dat, schrijft Kim, en Popper noemt daarbij een reeks epifanieën, van Einstein tot Newton, die de ontwikkeling van hun theorieën entameerden.

Interessant in dit verband is dat ook bij de filosofen Friedrich Nietzsche (God is dood)  en Henri Nelson Wieman (Creative Interchange) gesproken wordt over een epifanie als startpunt. Dat geloof, dat vertrouwen, dat ontmoeten de basis vormt van creativiteit, innovatie en vooruitgang, schrijft Kim.

Bandura
De bekende psycholoog Bandura laat zien dat een doelgericht algoritme de aanleiding kon zijn tot de ontwikkeling van een doelgericht handelende soort. Een soort die zich een voorstelling kan maken van wat zij wil bereiken en die op basis daarvan kan handelen en op basis van terugkoppeling kan bijstellen. Een soort die kan communiceren via symbolen, die afwegingen maakt met betrekking tot de fysieke en sociale wereld waarin zij zich beweegt, plannen maakt en die omgeving verandert om voorbereid te zijn op toekomstige gebeurtenissen. De moderne psychologie ontdoet de mens van diens functioneel bewustzijn en zelfidentiteit. Bandura introduceert het concept ‘human agency’: het menselijk vermogen tot handelen. De vier basisaspecten daarvan zijn intentionaliteit, vooruitdenken, zelfreageren en zelfreflectie.

Een toekomstbeeld
Een toekomstige staat kan niet de oorzaak zijn van gedrag in het heden. Maar door er een voorstelling van te maken kunnen we de toekomst naar het heden verplaatsen. Dat is wat Alfred Adler ook beschrijft in zijn Human Nature (1925). Baby’s verbinden zich in spraak en gezichtsuitdrukking aan de moeder. Zang en woordjes zijn daarin belangrijk. Dat is heel anders dan de aapjes, die zich aan hun moeder vastklampen. De relatie tussen moeder en kind is erg belangrijk. Amerikanen zijn cultureel geprimed door een cultuur waarin mensen los van hun context worden gezien en als een abstract, autonoom zelf achter een sociale rol en een sociale verschijning. Daar zitten diepe morele en juridische overtuigingen achter. In het Oosten is de relatie belangrijk. Het gaat om wie je bent in verhouding tot anderen. Moderne fysica gaat ervan uit dat de natuurlijke wereld een externe werkelijkheid is. Daarin zijn intuïtie, speculatie en antropo-culturele aannames vooral misleidend. Maar, zegt Bandura, wij kunnen de wereld alleen begrijpen door intuïtie, door onze doelvoorstelling en door ons handelen. Mensen zijn niet alleen planners en denkers, maar ze sturen ook hun eigen gedrag en sturen dat bij op basis van wat ze waarnemen en hun vooruitdenken. Mensen kunnen een lange termijn toekomstbeeld opdelen in kleinere stappen. Dat kunnen we zelf doen, maar ook in samenwerking met anderen. Wetenschap is door de mens ontwikkeld om de fysieke wereld te begrijpen.

Kritisch
Bandura is kritisch met betrekking tot psychologische wetenschappelijke theorieën die de menselijke natuur definiëren zonder aandacht te hebben voor het menselijk bewustzijn. Traditionele psychologische theorieën ontdoen mensen van een functioneel bewustzijn, zelfidentiteit en een vermogen tot handelen op basis van een toekomstbeeld en de actuele situatie. Dat vermogen wordt niet gezien. Daardoor blijft er een verminkt beeld van de menselijke natuur over. Het menselijk bewustzijn is de kern van het menselijk leven. Bewuste ervaring maakt het leven niet alleen bestuurbaar, maar ook betekenisvol. Leven is het waard om te leven. Zonder bewuste en actieve reflectie worden mensen gedachtenloze automaten. Met actieve reflectie worden het bewuste actoren. Bandura introduceerde het begrip handelingsbekwaamheid.

Intentionaliteit, vooruitdenken, zelfreactie en zelfreflectie
Als voorwaarden daarvoor formuleert hij intentionaliteit, vooruitdenken, zelfreactie en zelfreflectie. Zelfreactie is het vermogen je eigen reacties te genereren waarmee mensen hun eigen denken en handelen kunnen evalueren en sturen (zelfreguleren/zelfsturing). De mens reageert niet alleen op stimuli uit de omgeving, maar geeft zelf ook richting aan het handelen. Mensen kunnen zelf bepalen of ze het goed doen. Ik moet daarbij denken aan een moment zo’n dertig jaar geleden. Op de vraag of ik niet beoordeeld wilde worden, die mijn baas stelde, reageerde ik dat ik daar geen behoefte aan had omdat ik wel wist dat ik het goed deed. Mijn baas reageerde met: “Je bent een gevaarlijk mannetje.” Mensen kunnen zich een voorstelling maken van een toekomstbeeld en zich de weg daar naartoe voor ogen zien en een strategie bedenken om dat toekomstbeeld te realiseren. Ze kunnen ook vaststellen of dat toekomstbeeld behaald is. Dat is een proces dat zeer motiverend kan werken, zoals blijkt uit onderzoek van Teresa Amabile, The Progress principle’ (2011). Om invloed of beheersing te hebben over de omgeving beschikt de mens volgens Bandura over twee soorten controle: de primaire en collectieve controle. Hij onderscheidt ook directe en indirecte controle. Als mensen een omgeving accepteren en zich daarbij aanpassen, kan meditatie of mindfulness ingezet worden; in die situaties is er sprake van secundaire controle. Research bevestigt dat dit een positief effect heeft op het functioneren van het brein. Positieve feedback leidt tot betere prestaties. Negatieve feedback heeft het omgekeerde tot gevolg. Het geloof in eigen kunnen is essentieel voor kinderen. Bij elke nieuwe ontdekking, elk nieuw inzicht of het voor elkaar krijgen van iets, ontstaat een gevoel van opwinding. Dat enthousiasme en de vreugde van leren dienen als brandstof voor de verdere ontwikkeling van de hersenen. Datzelfde gebeurt in ondersteunende netwerken: daar worden eiwitten geproduceerd die nieuwe netwerken ontwikkelen en de verbinding tussen alle factoren bekrachtigen.

Onderdeel van iets groters
In Zuidoost-Azië worden mensen gezien als wezens die deel uitmaken van een verband met anderen, de samenleving en de natuur. Oost-Aziaten zijn gericht op alle grijstinten tussen zwart en wit. In het boeddhisme heet dat de middenweg: vermijd de extremen. In het confucianisme is sociale harmonie belangrijk en worden mensen aangemoedigd om in hun leven in balans te zijn met anderen en de natuur. Het basisverschil in culturen begint bij de aannames: wat het betekent om mens te zijn en hoe we ons tot elkaar verhouden. In Korea en Japan wordt voor mens het teken “tussenmens” gebruikt. Confucius zag het universum en alle levende dingen als manifestaties van ‘Dao’ (waarheid, eenheid of weg): de ervaren relaties en emoties waardoor mensen zich met elkaar verbonden voelen.

Een diepe bewogenheid
Het eerste en belangrijkste aspect is ‘ren’, een diepe bewogenheid voor de mens. Kinderen worden ermee geboren en ervaren het in de relatie met hun ouders, familie, vrienden en anderen. Het zijn relaties die bepalen of we gelukkig zijn en geld verdienen.

Uit een lang longitudinaal onderzoek van Harvard blijkt dat financieel succesvol zijn vooral samenhangt met het hebben van warme relaties in je jeugd (Vaillant, 2015). Het succes van mannen in hun professionele carrière en het effectief zijn in hun werk hangt nauw samen met een goede, warme relatie met hun moeder in hun jeugd. Zo werden er ook andere correlaties vastgesteld die lieten zien dat goede, warme relaties met ouders positief uitpakten voor fysieke gezondheid, stabiele relaties met partners enzovoort. R.A. Easterling (1974) is de eerste econoom die een relatie legt tussen economische groei en geluk.

Geluk en tevredenheid
Kahneman en Deaton (2010) merken op dat iedereen gelukkig wil worden en zich richt op het behalen van doelen niet gelukkiger wordt, wel meer tevreden. Tevredenheid heeft een evaluerend karakter en is gebaseerd op een terugblik. Geluk is iets wat je ervaart in het moment zelf. Het geluksgevoel is geen resultaat van maximale inspanning. Tevredenheid is dat wel. Juist het werken aan tevredenheid kan verhinderen dat we ons gelukkig voelen.

Ik moet daarbij denken aan wat Michael Sandel schrijft in The tyranny of merit (2020). ‘Me’ is in het moment, ‘I’ kijkt terug en is evaluatief. Tevredenheid blijft je je herinneren. Geluk is vluchtig. Het zijn momenten, events (Henri Nelson Wieman in The source of Human Good  1964. De meeste events worden niet opgeslagen, maar we onthouden ze in verhalen. In verhalen houden we belangrijke events en veranderingen vast. Daarbij is het einde van het verhaal essentieel.

Tevredenheid wordt in de loop der jaren belangrijker dan geluk. Easterlin en anderen vonden dat economische groei geluksbevorderend werkt, maar de werking van die relatie is beperkt. Dat wordt de Easterlin-paradox genoemd. Mensen vergelijken zich voortdurend met anderen en als anderen net als zijzelf rijker en gelukkiger worden, wordt hun geluksgevoel lager.

Dat lijkt te corresponderen met de ontdekking van Kahneman en Deaton dat baantevredenheid geen hoge correlatie heeft met plezier hebben in je werkzaamheden. Een loopbaan leidt tot tevredenheid als die gericht is op het realiseren van langetermijndoelstellingen. Maar gezondheid en het kunnen ontwikkelen van relaties zijn sterke voorspellers voor positieve emoties en geluk.

Warmte in relaties en financieel succes
De warmte die mensen in hun jeugd mochten ervaren hangt nauw samen met financieel succes (Vaillant 2015). Vaillant was directeur van het longitudinale onderzoek van Harvard dat hiervoor genoemd werd. Hij constateerde ook dat mensen met een slechte relatie met hun moeder meer kans maken op het ontwikkelen van Alzheimer.

Uit een groot onderzoek onder katholieke nonnen (Snowdon2012) bleek dat er zes factoren zijn die bijdragen aan het op een positieve manier oud worden. Het ontwikkelen van taalvaardigheid in je jeugd beschermt tegen het ontstaan van Alzheimer, natuurlijke voeding draagt bij aan het bereiken van een hoge leeftijd en een goed functioneren van de hersenen. Het vermijden van een depressie helpt ook sterk om Alzheimer te voorkomen. En deelname aan sportactiviteiten, je opstelling, geloof en het horen bij een gemeenschap kunnen jaren toevoegen aan onze levensverwachting. Deze resultaten laten de beperking zien van traditionele aannames dat de menselijke ontwikkeling het gevolg is van biologisch aangeboren factoren. (In 1999 was de toenmalige topman van PTT Post van mening dat ik een onverstandige beslissing had genomen door terug te keren naar Nederland, omdat ik dacht dat dat beter was voor het opgroeien van mijn dochters. Daar had ik toch geen invloed op, zei hij. Dat lag vast in hun DNA, zei hij.)

Hoe zit het wel?
Maar hoe zit het verband dan wel in elkaar? Daarvoor moeten we kijken naar de dynamieken van human agency en self-efficacy (Albert Bandura, 1977). Daar vinden we hoe het werkt. Kim en collega’s deden daar onderzoek naar. Zij onderzochten de factoren die levenstevredenheid en geluk voorspelden in Korea. De steun van een partner was een krachtige voorspeller, maar ook vertrouwen in eigen kunnen en sociale steun zijn belangrijke voorspellers van geluk. Kim’s bevindingen sluiten goed aan bij de constatering van hoogleraar psychiatrie Jim van Os, die het belang van de relatie tussen behandelaar en behandelde benadrukt.

Nietzsches constatering dat God dood was leidde tot een verschuiving van God naar wetenschap als belangrijkste autoriteit. Gebed of meditatie werden gemakkelijk gezien als tijdverspilling. Maar met de opkomst van de neurowetenschappen is het mogelijk geworden te onderzoeken wat de betekenis kan zijn van meditatie en gebed. Het health center van de Universiteit van Californië identificeerde tien gezondheidsvoordelen van meditatie en mindfulness: stressreductie, geheugenverbetering, betere concentratie, meer wilskracht, beter slapen, minder pijnervaringen, minder angst, minder depressie en beter zichzelf begrijpen. Soortgelijke constateringen worden gedaan door Davis and Hayes (2011) en in onderzoek van de Mayo clinic.

Human agency en zelfsturing
Bandura benadrukt het belang van ‘human agency’: het vermogen om bewust keuzes te maken en daarnaar te handelen. Het is een centrale component bij het begrijpen en doorgronden van menselijk gedrag. Het kritische aspect van mindfulness en human agency is de overtuiging dat men zich op het hier en nu kan richten en de eigen denkprocessen kan reguleren en invloed kan hebben op hoe het brein functioneert. Zelfsturing is belangrijk in het doen toenemen van geluk, sociaal welbevinden en menselijke ontwikkeling.

In hun inzichtgevende boek ‘The chicken conspiracy’ laten Stacy Hagan en Charlie Palmgren zien hoe belangrijk het is je bewust te worden van je eigen kwaliteiten om die verder te ontwikkelen. Willem Verhoeven legt in zijn boek De manager als coach de relatie tussen zelfsturing en een coachende leidinggevende. Het is mooi om te ontdekken dat de Oost-Aziatische zienswijze op psychologie een daarop aansluitende benadering biedt.

In 1999 vertrok ik bij Telkomsel, maar nu in 2026 onderhoud ik nog warme banden met veel van mijn Indonesische collega’s uit die tijd. KPN verkocht haar aandeel in Telkomsel in 2000 aan Singtel.

Stel je vraag via ons contactformulier

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Neem contact met ons op!
Voor al je vragen kun je bellen met

+31 0263895340