19 mei 2026, gepubliceerd door dirk boersma
Mijn vader
6 mei 2026 was het 105 jaar geleden dat mijn vader werd geboren. Hij overleed februari 1995 toen het water in de Waal erg hoog stond en ik hals over kop uit Jakarta naar Nederland vloog omdat ik geen contact kon krijgen met mijn vrouw en alleen maar een bandje hoorde dat zei: “due to floods no connection possible”. Gelukkig vond ik mijn vrouw en kinderen op een veilige plaats en kon ik ook bij mijn vader zijn laatste dagen van zijn leven. Hij hallucineerde regelmatig en mijn moeder kreeg dan de opdracht “de wapens elders op te bergen”. Zo hield de Tweede Wereldoorlog hem nog bezig.
Pim Fortuyn
Mijn vader speelde een belangrijke rol in mijn leven net als een andere man die twintig jaar geleden op 6 mei het leven verliet door een kogel op het Mediapark in Hilversum. In het jaar 2000 was ik weer terug in Nederland na zes jaar Indonesië. Ik had mijn wekelijkse bezoeken aan Pim Fortuyn weer hervat na daar in 1994 mee gestopt te zijn door mijn vertrek naar de Gordel van Smaragd. Fortuyn was daar een beetje verontwaardigd over; hij begreep niet hoe ik kon meewerken aan het regime van een rechtse dictator.
Promotieonderzoek
Fortuyn was mijn promotor. Hij begeleidde mij bij mijn promotieonderzoek naar de privatisering van het Nederlandse postbedrijf. Elke woensdagmiddag kwam ik in Rotterdam of Den Haag bij hem langs. We waren somber over de privatisering, met name omdat er gedacht leek te worden dat het verhangen van eigendomsbordjes voldoende zou zijn om tot een andere organisatiecultuur te komen.
Ambtenaren
De gedachte dat ambtenaren lui waren en er maar een slag naar sloegen ging er bij mij ook niet in. Ik had mijn vader gezien als ambtenaar bij het Ministerie van Justitie en meer in het bijzonder bij het gevangeniswezen. Al die jaren had ik de verontwaardiging van mijn moeder gezien als mijn vader weer te laat thuis kwam omdat hij nog iemand had moeten spreken of nog een probleem had moeten oplossen.
Gedoe
Ook al die zaterdagen en zondagen dat hij toch nog moest werken. Al die telefoontjes als er weer gedoe was waar hij bij nodig was. Spannende situaties waarbij zijn ingrijpen gewenst was en hij tegen advies van iedereen een cel inging om een boze gedetineerde te kalmeren. De telefoontjes op zondag als er ergens iets uit de hand dreigde te lopen, de tijd die hij nam om te luisteren en vragen te stellen. Ook de ruzies die ik met hem kreeg als ik vond dat zijn adviezen te streng of te hard waren. Die situaties staan mij nog helder voor ogen.
Betrokkenheid
Kortom bij mijn vader herkende ik totaal geen gebrek aan betrokkenheid bij zijn werk. Het tegendeel was het geval en dat had alles te maken met de Tweede Wereldoorlog. Hij voelde zich persoonlijk verantwoordelijk voor het welzijn van andere mensen en voor dat van gedetineerden en zijn collega’s in het bijzonder. Zijn gedrag had weinig te maken met wie er eigenaar was van de gevangenis of met de winst die het resultaat was van zijn werk maar alles met hoe verantwoordelijk je je voelde voor de mensen die gevangen zaten of de mensen die er werkten. Hij nam ook altijd de tijd om er met mij over te praten.
Privatisering
Met Fortuyn keek ik naar de privatisering van het postbedrijf en er was weinig te merken van een verbeterde dienstverlening of meer aandacht voor de kwaliteit. Wel werd zichtbaar dat het management zichtbaar wilde zijn als het management in het commerciële bedrijfsleven en dat met name in het kunnen beschikken over de attributen die hoorden bij het beeld dat men van dat management had. Dan ging het vooral om auto’s, laptops en secundaire arbeidsvoorwaarden als vergoedingen voor buiten de deur eten. We zagen een cultuur zich ontwikkelen van mensen die vooral goed voor zichzelf zorgden (graaicultuur) en die weinig aandacht hadden voor de primaire bedrijfsprocessen.
Scherpere analyses
De gesprekken met Fortuyn hielpen me scherpere analyses te maken en met name ook om te zien hoe centraal de rol van leiders is in een cultuurverandering. Mensen zijn in hun gedrag over het algemeen sterk georiënteerd op de mensen die hoger in rang zijn in hun organisatie. Als er aan het gedrag van die mensen niets veranderd door de privatisering of als je daar ziet dat men gericht is op de externe attributen waarvan gedacht wordt dat ze bij leidinggevenden in de private sector horen, dan is de kans groot dat je dat gedrag ook elders in de organisatie zult zien.
Deugden en dialoog
Ik moet nu denken aan het interview met Beatrice de Graaf bij Peter Jan Hagens in december 2024. Zij wijst in dat gesprek op het belang van de traditionele deugden en het overdragen daarvan als het om leiderschap gaat. Mijn vriend en oud-collega pleit daar ook voor in zijn boek Managen met moraal. Hij schreef dat boek na de bankencrisis in 2009. Het is een betoog tegen hebzucht en de graaicultuur.
Ik ben dankbaar dat de vele gesprekken met mijn vader en die met Pim Fortuyn mij geholpen hebben om mijn eigen koers daarin te bepalen. Het vermogen onderlinge afhankelijkheid vorm te geven. De zeven deugden, die De Graaf benoemt en die Verhoeven ook aanhaalt in zijn boek, spelen daar een cruciale rol in.
Stel je vraag via ons contactformulier
Neem contact met ons op!
Voor al je vragen kun je bellen met
+31 0263895340