24 juni 2015, gepubliceerd door Dirk Boersma
Er is veel discussie over zelfsturing. Is het eigenlijk wel mogelijk? Er zijn verhalen over successen, maar evenzoveel verhalen over mislukkingen. Aan het eind van de vorige eeuw werden de laatste zelfbestuursexperimenten, gestart in de jaren zeventig van die eeuw, ten grave gedragen. Gaat het nu weer die kant op? Of pakken we het echt anders aan?
Zelfsturing?
Zelfsturing kan zich nog altijd in een stevige belangstelling verheugen. Niet alleen de voorstanders spreken er graag over; ook critici steken er graag de draak mee. Zoals wel vaker het geval is, hangt het er maar net van af hoe je ertegen aankijkt. Over welke zelfsturing hebben we het eigenlijk als we er enthousiast over zijn, en over welke als we het zien als de start van chaos?
Dat waren gedachten die bij me opkwamen toen ik nog wat mijmerde over de geschiedenis van Johannes Hus en wat er gebeurde nadat hij het leven liet op de brandstapel in Konstanz. Het einde van zijn leven betekende niet het einde van de beweging die Hus op gang had gebracht. Hij had iets wakker gemaakt bij de mensen, iets wat ze de moeite waard vonden om voor te vechten. De strijd ging dus ook door, al was Hus in levende lijve niet langer het centrum ervan. Verschillende groepen gingen vol overtuiging zelfsturend aan de slag om het werk dat Hus begonnen was verder voort te zetten.
Interpretaties
Alleen lezen we in de geschiedenisboeken dat de volgelingen van Hus de leer van Hus op verschillende manieren gingen interpreteren. Als gevolg daarvan ontstond onderlinge strijd, die ook met wapens werd gevoerd. Deze strijd leidde uiteindelijk tot verzwakking en de ondergang van de beweging.
De organisatie waartegen de volgelingen van Hus zich verzetten was de Rooms-Katholieke Kerk, een strak centraal geleide organisatie die op veel plaatsen stevig verweven was met de wereldlijke gezagsstructuur. In die organisatie werd van bovenaf bepaald wat er aan de voet van de organisatie moest gebeuren. Uiteindelijk bepaalden de paus en de koning hoe mensen zich dienden te gedragen en wat er van hen verwacht werd.
Daarbij ging het vaak ook om financiële opbrengsten, die door de ambtenaren van paus en koning werden ingezameld. Geregeld kerkbezoek, het bijwonen van rituelen en het luisteren naar kerkelijke voorgangers waren bedoeld om van de bevolking trouwe volgers te maken.
Hus doorbrak die traditie. Hij stimuleerde mensen om zelf te lezen en sprak hen in hun eigen taal toe. De aanpak van Hus bracht mensen in beweging. Er werden initiatieven genomen, er was sprake van innovatie en er traden economische veranderingen op. Zo werd bijvoorbeeld de macht van de gilden aangetast.
Rijen sluiten
Aan de andere kant stond de status quo. Mensen nestelden zich in oude gewoonten en gebruiken en sloten de rijen om zich tegen de bedreigingen van de nieuwe beweging te beschermen.
Wat ging er nu mis met de door de Hussieten in gang gezette beweging? Wat er misging, was dat mensen niet met elkaar in gesprek bleven en dat ze iemand misten die het initiatief nam om dat gesprek gaande te houden. Dat was natuurlijk heel moeilijk, maar het was wel de enige weg om op elkaar afgestemd te blijven en zo aan de ene kant het vitale en innovatieve te behouden en aan de andere kant toch naast elkaar te blijven staan.
Zelfsturing werkt als je samen ergens in gelooft, als je samen met anderen wilt werken aan hetzelfde toekomstbeeld en als je de ruimte voelt daar een inbreng in te hebben. Het is daarbij van essentieel belang goed op elkaar afgestemd te blijven, en daarvoor zijn gesprek en dialoog nodig.
In de kerk uit de tijd van Hus was dat niet mogelijk. De voertaal was Latijn, een taal die alleen door de elite werd gesproken en die je dus niet kon gebruiken om gewone mensen bij een dialoog te betrekken. Er bleef alleen sturen via regels en opdrachten over, omdat een gesprek niet mogelijk was en vanuit de opvattingen over macht ook niet wenselijk werd geacht. Het Latijn was een attribuut waarmee het verschil in macht zichtbaar werd gemaakt.
Jargon
In onze tijd is het Latijn vervangen door jargon. Jargon maakt het moeilijk om een gesprek aan te gaan of een dialoog te voeren. Mensen met een MBA, veranderkundigen, controllers en consultants hebben vaak een eigen taal, die door veel mensen slecht begrepen wordt. Dat is erg hinderlijk als het om zelfsturing gaat.
Als je niet met elkaar in gesprek kunt gaan, mislukt zelfsturing. Mensen raken dan in verwarring, worden apathisch of doen zomaar wat. Het schrappen van een laag leidinggevenden lijkt op het eerste gezicht misschien goedkoper, maar er komt niet vanzelf een gesprek op gang.
En dat gesprek ontstaat ook niet automatisch wanneer een externe deskundige wordt aangetrokken om het proces op gang te brengen. Het realiseren van zelfsturing is geen proces waar je als leidinggevende van een afstand naar kunt kijken. Je kunt je niet als waarnemer opstellen. Je bent onderdeel van dat proces en moet je er actief bij betrekken. Je moet in gesprek zijn over het toekomstbeeld en mensen stimuleren om zelf na te denken over hun bijdrage aan het bereiken daarvan.
Zelfsturende medewerkers hebben coachende leidinggevenden nodig, en coachend leidinggeven vereist zelfsturende medewerkers. Coachend leidinggeven is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van meer zelfsturing in organisaties. Collega Willem Verhoeven schrijft daarover in zijn boek De zelfsturende medewerker.
Stel je vraag via ons contactformulier
Neem contact met ons op!
Voor al je vragen kun je bellen met
+31 0263895340