Wij helpen je graag verder! +31 492386063

Walk your talk

04 april 2014, gepubliceerd door Dirk Boersma

Als je gedrag overeenkomt met wat je zegt ben je geloofwaardig. Als je gedrag en je praten discrepanties vertonen verlies je die geloofwaardigheid. Waardoor wordt je gedrag bepaald? Als je wilt veranderen is het belangrijk om in contact te komen met de opvattingen die echt bepalend zijn voor wat je doet.

Strijd
Op een mooie zomermiddag, waarop ik normaal vrij had van school, zat ik alleen in de kleedkamer van de gymnastiekzaal van onze middelbare school. Er zat veel verzet in mij, ik was niet boos maar wel standvastig. De gymnastiekleraar had mij opgedragen om te gaan douchen. Dat was de regel na de gymnastiekles en ik wilde niet douchen. Ik wilde nooit douchen na de gymnastiekles. Ook al waren we alleen met allemaal jongens van ongeveer 15 jaar. Ik wilde niet dat iemand mij in mijn blootje zag, daar voelde ik me erg ongemakkelijk bij. En elke week was er weer die gymnastiekles, die onvermijdelijk gevolgd werd door het douchen. Meestal ging ik even met kleren en al in een hokje staan en ging me dan snel omkleden. Ditmaal echter had de leraar mij betrapt en me opgedragen te gaan douchen. Ik had met een bokkig “nee” geantwoord. En was op een bank in de kleedkamer gaan zitten. Met mijn hoofd naar de vloer gericht. De leraar kwam naast me zitten en moedigde me aan om onder de douche te gaan, “Toe nou Dirk”, “Hup Dirk”, “Het hoeft maar even”, “Het is zo gebeurd”, “Het is toch lekker fris” en zo ging het nog een tijdje door. En toen kwam: “Je gaat niet weg voor je gedoucht hebt, ik heb de tijd”. “Ik ook”, kwam er uit mijn mond. De leraar trok zich terug in zijn kantoortje om daar wat administratie te gaan doen, denk ik. En ik bleef op de bank zitten, in mijn gymkleding, mijn hoofd op de grond gericht, vastbesloten om niet te gaan douchen. Een paar keer kwam hij even kijken of ik nog geen aanstalten maakte om te gaan douchen. Maar ik verroerde me niet. Aan het eind van de middag kwam hij echter ineens boos en ongeduldig zijn kantoortje uit, hij greep mijn kleren, trok me overeind en duwde me de gang in. Hij sloot de kleedkamer af en liet me alleen staan met mijn spullen op de grond om me heen. Zelf liep hij weg, naar ik vermoed om naar huis te gaan. Ik heb me op de gang aangekleed en ben ook naar huis gegaan. Er is nooit meer een woord gesproken over dit incident.

Walk your talk
Mijn relatie met de betreffende leraar, die toch al niet goed was, is slecht gebleven. Dit voorbeeld laat goed zien hoe belangrijk het is om je walk en je talk met elkaar in overeenstemming te brengen. “Walk your talk” is iets wat je veel hoort als het om leiderschap gaat. En in onze trainingen richten we ons ook sterk op wat je doet, we richten ons op gedrag van mensen. Dat is omdat gedrag in overeenstemming moet zijn met wat je zegt. Als je doet wat je zegt kom je geloofwaardig en krachtig over. Als er teveel discrepantie zit tussen wat je doet en wat je zegt verdwijnt alle kracht uit je woorden. Die discrepantie doet leiderschap haar geloofwaardigheid verliezen. In de praktijk besteden we veel aandacht aan de woorden en vaak maar weinig aan het gedrag. Omdat we ervan uitgaan dat gedrag door normen en waarden en door overtuigingen wordt gestuurd, benutten we woorden om mensen tot ander gedrag te brengen. Vanaf de zeepkist roepen we mensen op beter hun best te doen, voortaan op tijd te komen. De pauze echt tot een kwartier te beperken, meer aandacht te hebben voor klanten en ga zo maar door. Thuis ruimen mensen keurig hun rommel op, dus ze weten het wel. Maar op de zaak laten ze alles liggen. Dat ze alles laten liggen heeft dus niet te maken met het feit dat ze het niet weten.

Twee, theorieën
Argyris en Schön laten in hun boek Action learning zien hoe het komt dat mensen wel weten maar niet doen. Argyris en Schön maken onderscheid tussen wat zij noemen espoused theories en theories in use. De espoused theories zijn de mooie theorieën, die hebben we om ermee voor de dag te komen. De theorie in use is de theorie die ons gedrag echt stuurt Het is onze gebruikstheorie. We doen wat in onze theorie in use aan ons verteld wordt. Door onze gebruikstheorie wordt ons gedrag bepaald. En die gebruikstheorie komt maar zelden in gesprek. De onderwijzer denkt, ik kan die kinderen geen moment uit het oog verliezen want ze zeggen wel dat ze de zaak rustig houden, maar als ik mijn hielen licht maken ze er een puinhoop van. De aannemer zegt, ja ze zeggen nu wel dat ze het belangrijk vinden dat de bouwplaats aan het eind van de dag is opgeruimd, maar als ik dan eens kom kijken is het toch weer een puinhoop. En iedereen weet dat je niet harder mag rijden dan 130 km per uur, maar het aantal overtreders is niet te tellen. We weten het wel maar we doen het niet. Ons gedrag wordt bepaald door een ander weten. Deze week kwamen onderzoeksresultaten van de universiteit in Groningen naar buiten over gedrag in het verkeer waaruit bleek dat mensen vinden dat anderen niet goed kunnen rijden. Hun gebruikstheorie is dat ze zelf prima bestuurders zijn en dat ze daarom ook wel eens de regels kunnen overtreden als dat beter past.

De gebruikstheorie
Als je tot gedragsverandering wilt komen dan is het noodzakelijk om met elkaar in gesprek te komen over die gebruikstheorie, de theorie die ons gedrag aanstuurt. Die gebruikstheorie komt vaak pas aan het licht als je begint met het gedrag aan de orde te stellen. Vanuit het gedrag van mensen, vanuit hun doen kun je bij de gebruikstheorie terecht komen en wordt het mogelijk de gebruikstheorie en de zondagse theorie met elkaar te confronteren. Goed uitgevoerde intervisie is daar een krachtig instrument voor. Het voorbeeld waarmee ik deze blog begon laat nog iets zien. Het laat zien dat je je walk en je talk goed op elkaar moet afstemmen. Overschreeuw jezelf niet. Laat je spierballen niet zien, want als je het niet waar kunt maken ben je ook je kracht kwijt. Als je iets zegt moet je het ook waar kunnen maken. Denk na over de vraag of je het waar kunt maken voor je grote woorden spreekt. En overigens, als die leraar gewoon een gesprek met mij aangegaan was, als hij met mij over mijn bezwaren was gaan praten, als hij me vragen had gesteld en als hij naar me had geluisterd dan had ik zo onder de douche gestaan. Desnoods met en zwembroek aan. Hij had zich de moeite van een machtsstrijd kunnen besparen. Als puber hapte ik graag. Dat had hij kunnen weten.

Hoe zorg jij dat je walk en je talk met elkaar in overeenstemming zijn? Wat weet jij van je eigen gebruikstheorie en welke discrepanties zijn er met de opvattingen, die je aan je omgeving verkondigt?

Stel je vraag via ons contactformulier

Neem contact met ons op!
Voor al je vragen kun je bellen met

+31 492386063