Wij helpen je graag verder! +31 492386063

Evengelijkheid, wat betekent dat?

31 maart 2017, gepubliceerd door Dirk Boersma

Nabestaanden
Vanmorgen was een berichtje in het nieuws: ”Meer dan vijfhonderd schadeclaims executies Indonesië”.  Het gaat om schadeclaims van nabestaanden waarvan de man of de vader geëxecuteerd werd in de laatste vier jaren van de strijd waarin Indonesië zich losmaakte van Nederland. In Nederland hebben we het altijd over politionele acties gehad. Het was geen oorlog volgens ons en als het om slachtoffers ging dan spraken we over excessen. Recent heeft de regering echter ingestemd met een onderzoek, dat is mede het gevolg van de resultaten van een onderzoek van Remy Limpach, die vaststelde dat de Nederlandse strijdkrachten structureel extreem geweld toepasten in de periode 1945-1949.

Geweld
De periode 1945 was het sluitstuk van een periode die begon op 23 juni 1596. En een periode die gekenmerkt wordt door buitengewoon veel geweld. Dat geweld wordt uitgebreid beschreven in het boek “Roofstaat”van Ewald van Vugt. Voor onze huidige welvaart hebben  heel wat onschuldige mensen hun leven gelaten.
Van Vugt laat in zijn boek zien hoe dat geweld gelegitimeerd werd met het uitgangspunt dat die anderen minder waren dan wij. Zij hadden niet dezelfde waarde. Ze misten onze manier van kijken, ze hadden andere gewoonten en hielden er vaak een andere moraal op na. Dat was voldoende als legitimatie om deze mensen op z’n best te zien op het niveau van dieren. En zo werden zo ook ingezet, verhandeld en waar nodig geacht uitgeroeid. Het enige wat telde was winst. Dat was vele malen belangrijker dan een mensenleven. Dat gold trouwens niet alleen, voor indianen, mensen uit Afrika en mensen uit Azië, maar ook voor de bemanningen die meevoeren op de schepen van de VOC. Zij lieten vaak het leven, niet zelden kwam slechts de helft weer thuis.

Superieur
Van Vugt laat in zijn boek zien hoe voor Europeanen stelen overzee een oeroude traditie is en hij wijst op de ontvoering va Europa door Zeus, een verhaal uit de Griekse mythologie. Op de Griekse twee euromunt kan je een deel van dat verhaal nog afgebeeld zien. Naast dat stelen overzee was het gebruik van excessief geweld ook al vroeg iets waar Nederlanders goed in waren, schrijft Van Vugt. De inquisitie, een soort AIVD van het Vaticaan, werd uitgebouwd en geleid door Adrianus van Utrecht. Hij werd in 1517  door Karel I  tot grootinquisiteur van het hele Spaanse rijk benoemd en  hij maakte er een gesmeerde vernietigingsmachine van. Adrianus van Utrecht leefde in dezelfde tijd als Erasmus. Beiden  representeren ze een andere kant van de Nederlandse samenleving of misschien wel de Nederlandse identiteit, om maar eens een populair modern woord te gebruiken.

Twee kanten
Aan de ene kant de mensen, die hun moraal aanpassen om daarmee hun manier van zakendoen te rechtvaardigen. En aan de andere kant een aantal mensen, die hun best doen ervoor te zorgen dat de waarden die centraal staan in die moraal ook toegepast worden in het leven van alle dag. Erasmus behoorde tot die laatste categorie. Behalve Erasmus behoorden ook Spinoza en zijn leraar Franciscus van der Enden ertoe. Zij deelden niet de algemeen geldende opvatting dat wilden, waaronder ook de indianen die leefden op Manhattan, een mindere soort waren. Van der Enden was enthousiast over de manier waarop de indianen hun samenleving hadden ingericht. Van der Enden heeft het over “evengelijkheid”. Onderlinge overheersing wordt daardoor uitgesloten.

Democratie
Volgens Van der Enden is het onderscheid tussen mensen nergens zo groot als hier. En dat hier was Amsterdam, waar hij zijn boeken schreef. Voor Van der Enden en Spinoza waren deze principes aanleiding om een andere staatsinrichting voor te stellen. Maar hun ideeën vonden geen weerklank bij de regenten. Overigens is Van der Enden zijn leven geëindigd aan de galg in de Bastille in Parijs op beschuldiging van samenzwering tegen de koning. Spinoza was voorzichtiger dan Van der Enden, hij schreef alleen in het Latijn om zich zo te verstoppen voor de haat die hem ten deel viel vanwege zijn ideeën. Slechts enkelen durfden zijn ideeën, die de dogma’s van de Europese superioriteit onderuit haalden, publiekelijk uit te spreken of op te schrijven. Spinoza schrijft: “Het is, zeg ik, niet het doel van de staat de mensen van redelijke wezens tot beesten of automaten te maken, maar integendeel hen in staat te stellen hun geestelijke en lichamelijke functies onbezorgd uit te oefenen, hun verstand en hun vrijheid te gebruiken, en hen verder af te houden van onderlinge strijd uit haat, toorn, kwade trouw of slechte gezindheid. Het doel van de staat is dus inderdaad vrijheid”.

Dovemansoren
De ideeën van Van der Enden en Spinoza  hebben het niet gered. Nog honderden jaren konden de Nederlanders mensen die hun handelsbelangen in de weg stonden een kopje kleiner maken. Ook uit de orthodoxe protestantse hoek liet men zich horen. Dominee Jacobus Hondius sprak zich uit tegen de mensenhandel en riep gelovige mensen op zich daar niet schuldig aan te maken. Het waren immers mensen van een en dezelfde natuur als wij,  schreef hij. Men had geen belangstelling voor zijn opvattingen, de handel ging voor en de moraal moest aangepast. In Indië was zending drijven verboden om te voorkomen dat we de inlanders als onze gelijken moesten behandelen. Pas aan het einde van de 19e eeuw toen in Nederland de ethische politiek ruimte kreeg was er sprake van verandering.

Nestbevuilers
Die verandering was lastig omdat we niet onmiddellijk onze vooroordelen ten opzichte van “inlanders” kwijt waren. En ook niet onze vooroordelen ten opzichte van de mensen die productiewerk in onze industrie doen. Van Vugt schreef ook het boek Nestbevuilers. Dat boek gaat over al die mensen die zich verzetten tegen de uitbuiting van anderen en de anderen als minder zien. Het boek van Van Vugt laat zien dat er altijd van die nestbevuilers waren. Ze zullen er ook altijd zijn, denk ik.  De bekende gedragswetenschappers Argyris en Schön schreven dat mensen twee soorten overtuigingen gebruiken. Een overtuiging die zij espoused noemen. Dat is de theorie met de nette verklaring voor hun gedrag. De moraal voor de buren zeg maar. Die moraal staat los van hun handelen. En dan is er ook de overtuiging waarop hun handelen gebaseerd is. Dat is de overtuiging die voor anderen en vaak ook voor hen zelf onzichtbaar blijft. Om te veranderen is het essentieel om met die verstopte overtuiging aan de slag te gaan. Daar is reflectie belangrijk bij. Dat geldt ook veranderen in organisaties. Het is belangrijk je bewust te zijn hoe je collega’s bazen en medewerkers ziet en om na te denken wat je daarvan terug ziet in je handelen. Hoe ga jij daar mee om?

Stel je vraag via ons contactformulier

Neem contact met ons op!
Voor al je vragen kun je bellen met

+31 492386063